Interventies via het systeem of het individu? Gedragswetenschappelijke inzichten in het belang van de interactie
Inzichten uit de gedragswetenschappen worden bij vrijwel alle grote maatschappelijke uitdagingen ingezet. In de strijd tegen klimaatverandering spelen gedragskundige inzichten een grote rol (Shukla et al., 2022), bij de aanpak van de coronacrisis zat de gedragsunit van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu aan tafel (RIVM, 2023), en steeds meer ministeries, gemeenten en uitvoeringsorganisaties hebben eigen gedragsteams. Hoewel de effectiviteit van veel individuele gedragsinterventies uitvoerig bewezen is (Albarracín et al., 2024; Mertens et al., 2022), wordt de inzet ervan om maatschappelijke problemen op te lossen ook sterk bekritiseerd. Niet alleen vanuit bijvoorbeeld de bestuurskunde (Feitsma, 2020), maar ook vanuit de gedragswetenschappen zelf. In het bijzonder concludeerden Chater en Loewenstein (2022) in een recent paper dat interventies die voortkomen uit de gedragswetenschappen te vaak pleisters plakken op individueel niveau. Dat zou afleiden van hoognodige structurele verbeteringen op systeemniveau, of deze zelfs in de weg zitten. Kunnen overheden dan beter alle pijlen richten op systeemveranderingen en afzien van individuele gedragsinterventies?
In dit artikel gaan we in op de kritiek op individuele gedragsinterventies, en benadrukken we dat het effectief benutten van gedragswetenschappelijke kennis betekent dat rekening wordt gehouden met de interactie tussen individu en systeem. We noemen een aantal concrete punten waarop de gedragswetenschappen kunnen bijdragen aan de beleidspraktijk.
Bekijk publicatie (PDF)